Achterhoek Ancestors

Notes


Matches 2,301 to 2,350 of 4,561

      «Prev «1 ... 43 44 45 46 47 48 49 50 51 ... 92» Next»

 #   Notes   Linked to 
2301 In 1643 trouwt Hillebrant ten Hincamp met Aelken Ubbinck. In 1664 hertrouwt Aeltjen Wiggerts, weduwe van Hillebrant Hincamp, met Jan Capele. Vermoedelijk gaat het hier om dezelfde vrouw. Ubbinck, Alcken (I4587)
 
2302 In 1645 komen zij voor op de lijst met lidmaten van de Haart in Aalten.
Bron: Foto's genealogiedomein, Gelders Archief RBS 4.2 deel 1 
Family: Hendrick Schepers / Maria Jentinck (F15093)
 
2303 In 1646 worden Erick Evers X Enneken ten Brincke aangenomen als lidmaat in Aalten. Family: Erick Evers / Enneken ten Brincke (F14083)
 
2304 In 1647 is Gelekinck in Ratum eigendom van de Schulte Raetman.
Huis ende hof 1/2 sch. op 8 dlr., 12-0-.
Boulant 5 mlr., op de derde gerve 41-13-.
2 Voeder hoeij gewass 9-0-.

28 augustus 1657:
Jan Schulte Ratum Enneken Liefferdinck sijnen huisvrouw wegens schuld verkocht en overgelaten aan sijnen broeder Luijcke van Ratum Aelken Willinck eheluijden, sijn deel van Gelkinck buirschap Ratum tussen Ratum, Liefferink, Hesselinck en Tenckinck gelegen.
Bron: RAG, RABvt(0136) inv.nr. 420, fol. 48v 
Family: Luijke Scholte / Alken Willink (F147)
 
2305 In 1648 moest Bernt Leefferdinck de verponding betalen voor de Knuve, een Kaete. Of hiermee deze Berent of zijn vader bedoeld wordt, is niet duidelijk.
6-0- t'huis op 4 dlr/hof 1 sp gesaeis 3-0-/4-3- boulant 2 sch op de 3de gerve.

In veel kwartierstaten worden Berent Leefferdink X 1620 Geesken Boeing als ouders genoemd maar in 1637 worden Jan Leefferdink X Enneken als bezitters van het hof genoemd. Gezien de vernoeming (dubbele zoon Jan) komen zij eerder in aanmerking. 
Leverdijnck, Berent (I631)
 
2306 In 1651 staat in het hofboek:
Henrick Bennekinck, Geesken uxor obijt pauperrima. 
Geesken (I35646)
 
2307 In 1654 kocht een zekere Johan ten Darstharst, afkomstig van de boerderij 'De Parskamp' uit Lievelde, gemeente Lichtenvoorde, de halfscheid van het goed Berenschot in Miste. Inmiddels was zijn eerste vrouw van wie de naam niet bekend is, overleden en was hij hertrouwd met Mette te Braecke, eveneens uit Lievelde afkomstig.Behalve enkele weilanden, die aan Marten en Johan Wissinck toebehoorden, was het goed Berenschot grotendeels eigendom van Berendt Janknecht en diens vrouw Swierken. Ze woonden in het dorp Aalten en bezaten meerdere goederen en percelen in Aalten en omgeving. Zijn zwager Engelbert Rijckels, gehuwd met Geesken Janknecht, was bij de koop betrokken evenals aanvankelijk zijn broer Henderick.

Het jaar daarop, in 1655 betrekt Johan ten Darstharst met zijn gezin de boerderij. Zijn vader, eveneens een Johan ten Darshorst en gehuwd met Aelcken, was een zoon va Berent thoe Darshorst, die op de boerderij 'de Dorsthorst' in Ziewent woonde.

Al in oktober 1655 draagt de oude en zieke Jan de pas gekochte boerderij over aan zijn zoon Lucas. Deze krijgt de helft van de boedel met de plicht om voor zijn stiefmoeder en de nog ongehuwde kinderen te zorgen. De kinderen uit het tweede huwelijk krijgen de opbrengsten uit de verkoop van zijn 'goedken die Braecke' in Lievelde. 
ten Darstharst, Johan (I5162)
 
2308 In 1663 treedt hij nog op als doopgetuige, op 1 december 1681 wordt gemeld dat Johan Ehling het Versterf van zijn Bestevatter Thönnies Ehling moet betalen. Willinck, Teunis (I448)
 
2309 In 1664 hertrouwt Feije Wargerdinck, weduwe van Derck Geelinck uit Meddo met Luijcke Meijnen, zoon van Jan uit Lichtenvoorde. Gellijnck, Derck (I2531)
 
2310 In 1664 werd aan Peter van Sonsveld, lakenverver, als 'ledige plaats' een terrein in Zutphen verkocht, dat achter uit ging op de Berkel. Op dat terrein ligt het huidige "Leeuwenhuisje", dat door het Wijnhuisfonds te Zutphen werd gerestaureerd.
Bron: http://www.wijnhuisfonds.nl/panden/html/15.htm 
van Sontsvelt, Peter (I23310)
 
2311 In 1668 is hij in plaats van zijn vader Casper Evers tot keurnoot benoemd. Tijdens de Munsterse oorlog was hij van 1672-1675 geen keurnoot, daarna wel weer.
Bron: NA, NDR inv.nr. 2281 foto 254 
Evers, Jacob (I25918)
 
2312 In 1670 hertrouwt Trijne Nijenhus, weduwe van Berent Horninck, met Jan Blomers, weduwnaar van Eelske Blomers. Aangezien bij bijna alle kinderen van Berent Horninck een Nijenhuis optreedt als doopgetuige, is het zeer waarschijnlijk dat Trijne hiervan de moeder was. Nijenhus, Trijne (I3973)
 
2313 In 1672 treedt zij nog op als doopgetuige maar in 1674 staat zij in het hofboek als 'obijt'. thoe Lintom, Baetken (I5620)
 
2314 In 1674 wordt hij nog wel in het hofboek genoemd, in 1675 niet meer. Giesinck, Johan (I17244)
 
2315 In 1675 geeft Henrick Bennekinck de boerderij Benneckinck in de Brinkheurne over aan zijn zoon Jan, die hofhorig wordt.  Family: Jan Bennekijnck / Woobbe Nijenhus (F1195)
 
2316 In 1677 komt Hendrick Wamelinck voor onder de lidmaten van de Lichtenvoordse kerk, bij de lidmaten uit Vragender. Achter zijn naam staat "obiit", wat dus inhoudt dat hij in Lichtenvoorde gestorven zou zijn. Als hij naar elders vertrokken was, zou dat er bij hebben gestaan.

Paeschen 1653: Henrick Wamelinck schoonsoon van Kuen Kuentiens uit Vrageren.
Bron: J.CH. Wansing: Transcriptie Lidmatenboek Lichtenvoorde 1641-1899 
Wamelink, Hendrick (I5803)
 
2317 In 1680 en 1681 staan in het hofboek vermeld: Willem te Bovelt en Aeltjen ux.
In 1684 is Wm. te Bovelt absent. In 1685 is hij weer present. In 1705 staat er in het hofboek: Willem te Bovelt obijt hebbende de weduwe met den Heer afdragt gemaackt uxor in loco.
In 1712 en 1713 is de weduwe Bovelt aanwezig.
In 1721 staat er vermeld: De wed Bovelt heeft het hoffgoed overgegeven aan haar kleinzoon Derck. Aeltjen te Boevelt wed Willem te Bovelt transport aan hun outste soons soon Derck (Warner Bovelt soon van Aeltje), Hoffgoet Bovelt.

Bron: Das aantekeningen hofboek Bredevoort 
Family: Jan Geessink / Alken Bovelink (F493)
 
2318 In 1681 trouwt hij met Geesken Goorkijnck. Zij hertrouwt als weduwe een jaar later. Oberinck, Jan (I2721)
 
2319 In 1683 komt izjn vader, Derck Mierdinck, in conflict met Volmer. Hij had nog geen afdracht gemaakt wegens het overlijden van zijn zoon Derck, die getrouwd is geweest op het goed Eelckinck. Mierdinck, Derck (I1394)
 
2320 In 1686 woonden er op Bohlandt (1/4 erve):
De weduwe
1 knecht
2 kinderen van meer dan 12 jaar
2 kinderen
Wessel 6,
Derck, 3
Gerdtgen 10 jaar.
Bron: Personsnschatzungsregister des Kirchspiels Bocholt 1689 
Family: Willem Boland / Hendrisken Switser (F1034)
 
2321 In 1687 geeft Herman Elverdinck aan den armen een obligatie op Jan ter Wieske spreeckende van vijftig daeld. en heeft Jan Willink d. 11 July 1687 de Kerckeraet ingelevert. NB Dat Jan te Wische segt dese obligatie aen Elverdinck betaelt te hebben hetwelcken hem voor te houden. Debet July 1694 7 jaeren interesse is fl.26:5:-.

In 1687 gebruikt Jan ter Wieske zijn handmerk: een enigszins schuine streep van linksonder naar rechtsboven met vanuit het midden een horizontale streep naar rechts. 
te Wijsche, Jan (I519)
 
2322 In 1688 brengt Droppers in het Woold 4 gl. 12 st. aan verpondingsbelasting op.

Wessel tredt in 1715 op als getuige in de zaak tussen Lodewijk Otto van Salm contra Meerdink. Hij is dan tussen de 60 en 70 jaar oud en heeft er 50 jaar gewoond. Dit wijst er op, dat Wessel mogelijk bij Lijsken is ingetrokken.

'Wij ondergeschrevene Ananias Thieenk ende Beernd Wiggerinck attesteren ende verclaren ter instantie van den hofftegeder scholt Jan Meerdink dat wij woonagtigh zijn in en bij Wenterswijk, en dat ons seer wel bekent zijn de Goederen van sijn Excellentie de Prins van Slams tot Anholt in het kerspel Wenterswijk boerschap Woolt gelegen
als mede dat wij seer wel weten en kennen die bouwlieden daer op woonagtigh als namentlijk Coene, en Wijnholt Coops, Wessel, Geert, en Derk Droppers, Jan Schroers, Geert Kotters, Hindrik Heetcamp, Derk Bloemers, Hindrik Kotters, en Wijnholt Damkott.
Deses alsoo waar te zijn verklaren wij bij desen, onder belofte van het selve, des gerequireert met solemnelen eede te corroboreren,; in oircond der waerheijd hebben wij dit met onse eijgen handen onderschreven binnen Arnhem den 25sten Februarij 1715.
w.g. Berendt Wiggerinck
Ananias Theinck'

In 1714 begon het Stortelersproces, uitgelokt door Jan Mierdink, contra Wessel en Geert Droppers.
Op 7 februari 1714 hadden Wessel en Geert Droppers, als pachters van de Heer van Anholt, op de door hen gepachte grond, die dus tot de Stortelersgoederen behoorde, een beukeboompje gekapt en naar huis vervoerd. Deze boom had vlakbij de wal van het aangrenzende goed Guldenhuis gestaan, maar scholte Jan Meerdink, eigenaar van dit goed, richtte zich tot het Hof van Gelderland te Arnhem met een verzoek om schadeloosstelling, omdat de beukeboom op zijn 'plaggevrede' zou hebben gestaan.

Op 23 maart 1714 gelastten de 'Raaden des Furstendoms Gelre en Graafschaps Zutphen' Wessel en Geert Droppers de door hen gepleegde onrechtmatige daad 'aenstonds kost- en schadeloos op te heven en af te schaffen' of anders op 25 april 1714, 'des namiddags voor Ons in personen of door genoegsaeme volmagtiger t'erschijnen' voor een nader verhoor.

Lodewijk Otto, vorst tot Salms, graaf van Anholt, heer en eijgenaar van de Stortelersgoederen, door ook van het goed Droppers, had meteen in de gaten, dat het hier om meer dan een simpele burenruzie ging en kwam zijn pachters ogenblikkelijk te hulp.

Hij zond zijn gemachtigde(n) naar Arnhem en het proces, dat 2 jaar duren zou, kon beginnen. In het Anholtse archief vond hij een akte van 22 oktober 1551, waarin namens Maarten van Rossum, pandheer van Bredevoort, aan de hand van een getuigenverhoor de grenzen van de Storteler werden vastgesteld, waarbinnen het de omwonende boeren sinds mensenheugenis verboden was hout te kappen of te akeren.

Vervolgens liet hij op 4 mei 1714 door de Verwalter Drossaard ende Rigter der Stad en Heerlikheijd Bredevoort een nieuw getuigenverhoor houden om opnieuw de krinck of grens van de Stortelersgoederen te bepalen. Aan de hand van dhet oude en het nieuwe getuiegnverhoor wilde hij aantonen, dat de beukeboom in kwestie binnen de grenzen van de Storteler was gekapt en dat Jan Meerdink derhalve geen recht van spreken had. Het hele verhaal, d.w.z. de getuigenverhoren van 1551 en 1714 besloeg bijna 29 bladzijden folio.

De gemachtigde van Jan Meerdink liet zich ook niet onbetuigd, in een inventaris van 28 bladzijden folio vocht hij alles aan wat de Heer van Anholt en zijn boeren te berde hadden gebracht. De oude akte van 1551 was een onbetrouwbaar en waardeloos vod; de vragen in het nieuwe getuigenverhoor waren of suggestief of onnozel. De getuigen waren op een na allen pachters van Anholt en als ze niet logen, beriepen ze zich op verhaaltjes van hun ouders, grootouders of anderen. Kortom, er deugde niets van.

Uit de stortvloed van argumenten en tegenargumenten wordt een ding duidelijk: de beukeboom had niet op Jan Meerdinks plaggenvrede gestaan, maar vlakbij de wal van zijn grondbezit. Jan Meerdink claimde nu op grond van het 'walrecht' de rechtmatigheid van zijn eis. Daar dit walrecht niet gold bij aangrenzend privaatbezit, maar slechts bij aangrenzende gemeenschappelijke grond, trachtte hij nu te bewijzen, en hier komt de aap uit de mouw, dat 'het Stortler velt geen prive maar gemeen lant is' en dat 'de Stortler een gemeente is en blijven moet'.

Daartoe liet Jan Meerdink een aantal getuigen opdraven, die verklaarden, dat verschillende omliggende boeren, maar vooral Jan van Lintum, geregeld plaggen lieten halen uit de Storteler, waarmee dan bewezen zou zijn, dat de Storteler gemeenschappelijke, door ieder te gebruiken grond was.

In zijn verweer op 1 juli 1715 betoogde de gemachtigde van de Heer van Anholt, dat het feit, dat Jan ter Lintum 'met een streeckje aen der Stortelersen krinck plaggen mochte maeien' nog niet wilde zeggen, dat de Storteler universeel vrij zou zin. Ook was deze krinck niet gebroken door het zonder 'wall of grave' in elkaar overgaan van de plaggenvelden van Lintum en de Storteler, maar dat een eikenboom daar de scheiding vormde. Voorts dat, als bewezen was dat de Storteler niet tot de gemene gronden behoorde, Jan Meerdink ook geen beroep op het walrecht mocht doen, omdat dit voor wallen, grenzende aan privegronden niet gold.

Jammer voor Jan Meerdink, maar deze keer lukte het niet. Het Hof van Gelre en Zutphen verklaarde in zijn sententie van 19 november 1716 de eis van Jan Meerdink niet ontvankelijk of gegrond te zijn. Het Hof sprak de gedaagden Wessel en Geert Droppers en de heer gevoegde (Heer van Anholt) daarom vrij. Jan Meerdink werd veroordeeld tot betaling van de kosten van het proces.

Bron: Das Lib.Gifte Woold rot 3, nr. 21, Koops uit het Woold deel 2, p. 18v, RAG: Civiele Processen van het Hof van Gelderland, 1716, inv.nr.20, processtuk K,
Koops uit het Woold deel 1, RAG: Civiele Sententieboek 1708-1728 inv.nr.4899, fol. 113verso-114verso, Civiele processen van het Hof 1716, inv.nr.20.
Bron: Das Lib.Gifte Woold rot 3, nr. 21 
Family: Wessel Droppers / Lijsken Droppers (F193)
 
2323 In 1688 moet er verpondingsbelasting betaald worden. Karsschodt levert 11-0-0 op, de thiende 1-18-0, Cardtschodts breder 1-6-0.

Aelken is op 12 juni 1691 als weduwe van Hendrik te Kortschot in ondertrouw gegaan met Harmen Leefferdinck, zoon van Berent Leverdynck en Altjen Schulten. Zie kwartiernr. 1138 x 1139. Zij kregen samen geen kinderen meer.

Bron: Das Lib.Gifte Henxel 19 
Family: Hendrik te Kortschot / Aelken te Stroett (F109)
 
2324 In 1688 moet er voor Bonnekinck verpondingsbelasting worden betaald. Het gaat om een bedrag van 9-10-12.

14 juni 1714:
Gerrit Hoebink x Stijntjen Beusink verkopen aan Wander Bonnink x Geesken Samberg een stuk land omtrent 7 schepel gesaeij tussen Tobias Beusink's lant en het gemene velt naer Buesink op den Kranenkamp in het Dorpboer onder Winterswijk. Allodiaal.

Bron: Das aantekeningen volontaire protocollen Bredevoort 
Family: Wander Bonnink / Geesken te Samberg (F467)
 
2325 In 1688 moet Straekman 7-18-0 aan verpondingsbelasting betalen.

29 mei 1713:
Herman Goerkink x Enneken Buijink, Jan Buijink x Stijntje Buijink, zij is absent, Geertje Buijink geassisteerd met haar zwager Harmen Goerkink, verkopen aan Harmen ter Straak een stuk bouwland gnt. den Bulder tussen de grens naar Vreden en Poelhuis zijn land, etc. Allodiaal.

Bron: Das Lib.Gifte Huppel 12, aantekeningen volontaire protocollen Bredevoort 
Family: Harmen ter Strake / Jenneken Rennerdink (F165)
 
2326 In 1688 wonen Teunis en Trijnken op boerderij Holthuis in het Woold. Ze moeten dan 12-0-0 aan verponding betalen.

Na de dood van Teunis hertrouwt Trijnken met een jongere man. Ze gaat op 3 mei 1699 in ondertrouw met Jan Kempers, zoon van Hermen Kempers, gedoopt op 21 april 1672. Zie kwartiernr. 2824 x 2825. Hij blijft noet lang leven. Op 16 november 1701 gaat ze in ondertrouw met Coene Planten, gedoopt in 1671, zoon van Hendrik Planten uit Kotten. Ze krijgt geen kinderen meer.

De oudste zoon van Teunis en Trijnken, Jan, neemt de boerderij over samen met zijn vrouw Aaltje Planten, dochter van Hendrik Planten uit Kotten. Tijdens de liberale gifte van 1748 wonen er op boerderij Holthuis:
Jan ten Holthuis 58 j., vrouw Aaltien 65 j., soon Teunis 35 j., vrouw Gesina, schoonvader Cuene 76 jaar, broer Hendrik 28 j., maagd Geertken Koner?? 27 j., 2 paarden.
krank, de soon Teunis getr. met Gesina heeft geen kinder, eedt gedaen onder de 500 Gln, voor sijn schoonvader Jan ten Holthuis en Aeltjen Ehel: en voor sijn beste vaeder Keune gelijkfals.

Bron: Das Lib.Gifte Woold rot 1, nr. 26 
Family: Teunis Holthuis / Trijnken Heeminck (F279)
 
2327 In 1688 woont er een Harmen Clumpers in het Dorp Winterswijk. Of dit dezelfde persoon is, is niet duidelijk. Clumpers, Harmen (I2249)
 
2328 In 1690 treedt ze nog op als doopgetuige bij haar kleinkind, in 1696 hertrouwt haar man als weduwnaar. Stemerdinck, Fijken (I3724)
 
2329 In 1698 geeft Dr. B. Theben een verklaring af over de werkzaamheden van pastoor Busch. Hij verklaart dan 66 jaar oud te zijn. Theben, Bertram (I25528)
 
2330 In 1699 wordt genoemd Hendrick Navis op de Heuvel x Geesken N.N.
Bron: Das volontaire protocollen Bredevoort 
Family: Hendrick Navis / Geesken ter Slaede (F971)
 
2331 In 1700 betaalt Hendrick nog de pacht aan de Lichtenvoordse kerk, in 1703 wordt dat door zijn zoon Jan gedaan.
Bron: Rekeningen van de kerkmeesters te Lichtenvoorde, 1697-1781 
Wamelink, Hendrick (I5803)
 
2332 In 1720 draagt Elsken ten Barkel haar "plaatsjen het Barkelstedeken ganaemt" op aan Dries van Eerden.

3 mei 1730:
Geert Nienhuis, wonende op de Beurse, mede voor zijn dochter Berndken Nienhuis en Hendrik Havekes ehelieden, voorts Geesken Nienhuis, geassisteerd met Jan Willem Graver als regtens, bekennen te hebben gecedeerd, getransporteerd en opgedragen aan Dries van Eerden op de Vaeltrijt en huisvrouw, hun geregte vierde quota van het goed de Vaeltrijt, gelegen in Meddehoe.
Bron: Luiting, RAG: RABvt, inv.nr. 556

In 1730 wordt Dries eigenaar van eenderde deel van 't erve en goet 't Haefken en in 1742 is ook het Lemnes weijdeken zijn eigendom.
In 1748 woonden de volgende personen op boerderij van Eerden in Meddo:

Dries van Eerden 65 j. / Vrouw Harmken 50 j. / Broer Derk 50 j. / Soons Willem 25 j. / Tonnis 21 j. / Jan Berent 14 j. / Meijd Griet Colstede 20 j.
4 kinderen / 3 over de 16 j. / Eedt gedaen en 1e term.bet. / mede voor sijn broer Derk van Eerden / Grietje te Kolste iets gegeven.

Dries van Eerden verliest drie kinderen op jonge leeftijd. Op 23 april 1727, 21 maart 1731 en 17 juli 1739 worden er kinderen van hem begraven in Winterswijk.

Bron: Das aantekeningen volontaire protocollen Bredevoort, Das Lib. Gifte 1748 Meddo rot 4, nr. 15 
Family: Dries van Eerden / Harmken Roskamp (F53)
 
2333 In 1721 is Aeltjen te Boevelt, weduwe van Willem te Bovelt aanwezig op de hofdag te Miste. Er vindt een transport plaats van het Hoffgoet Bovelt aan hun outste soon Derck. Bovelink, Alken (I1600)
 
2334 In 1724 worden er twee kinderen van Gerrit Loitink begraven, namelijk op 25 april en op 16 mei.

Anna Geertruid hertrouwt met Hendrik Havekes, weduwnaar van Beerndeken Nijenhuis, eerder weduwnaar van Enneken Kössink. Hij werd op 26 maart 1693 gedoopt als zoon van Gerrit Havekes en Maria Hermelink. Anna Geertruid en Hendrik Havekes gingen op 23 september 1731 te Winterswijk in ondertrouw. Een paar dagen later verschijnt zij voor het Bredevoortse gerecht:

27 september 1731:
Gertruij Dieterdink, weduwe van wijlen Garrit Loitink, is voorhebbende sigh wederom te verandersaten. Zij heeft uit haar huwelijk metGarrit Loitink twe kinderen, met namen Berent en Willemina Lisabet, die alnog onmondig sijn. Zij exhibeert een staat en inventaris van alle gerede en ongerede goederen en een op den inventaris gemaekt magescheid. Tot momboren over de kinderen worden aangesteld Hendrik Loitink en Jan zGielink. In de inventaris o.a. bij de ongerede goederen: Een stuck hoijlant de Hose genaamt kennelick bij Garverdinkweert in de buerschap Meddeho gelegen en 't mestregt in en op den lande so en als op Loitink voorhanden is. De zoon zal in eeuwigdurende erfeigendom hebben en behouden het perceel hooijgront genaamt de Hose etc. etc., de dochter zal voor vadersgoed uitgereikt en door haar broer betaald krijgen 100 dalder hollants.
Bron: Luiting, RAG: RABvt, inv.nr. 556

Bron: Das Lib.Gifte Meddo rot 6, nr. 11 
Family: Gerrit Loijtink / Anna Geertruid Dieterink (F68)
 
2335 In 1748 heeft Berent Luesen, getrouwd met Dersken Seinhorst, 3 kinderen onder de 16 jaar.

Bron: OTGB 90.102, Liberale Gifte Dinxperlo 1748. 
Family: Berent Leusinck / Dersken Seijnhorst (F1392)
 
2336 In 1748 is Jenneken al overleden, maar Derk Sellink wedr. Jenneken bezit dan 800 Gln.

Bron: Das Lib. Gifte Ratum rot 3, nr. 5 
Family: Derk Sellink / Jenneken ter Stege (F162)
 
2337 In 1748 is zij de maagd van het doopsgezinde gezin van Abraham ten Cate, zijn vrouw Geertruid Walijen en hun twee kinderen. Zij bezit dan onder de 500 glns, en is vertrokken bij de 4e termijn.
Zij wonen blijkbaar naast het gezin van haar zus Cornelia, die getrouwd is met Jan Coenraad Emmerik.
Bron: Das, Liberale Gifte Dorp rot 1, nr. 16. 
van Nijkerk, Geertruid (I254)
 
2338 In 1748 werkte Mette te Klouse als meid voor de weduwe van Gart Jan Prins, Berentjen Arentsen. Zij verklaarde dat ze minder dan 500 guldens bezat.
Bron: J.C. Klompenhouwer, transcriptie Liberale Gifte Aalten 1748

Van Harmen Piek in de stad Bredevoort sterft in 1768/1769 een stuk hoornvee. Harmen Piek in t laatsten van december zijn eenigste koebeest. pretendeert het en heeft het nodig.

Bron: archief drost en geerfden van Bredevoort, inv.nr. 73

Mette te Cloese werd met Pasen 1748 lidmaat te Aalten.
Bron: lidmatenlijst Aalten

In 1809 is Harmen Piek eigenaar van een huis en erf in Bredevoort en moet 1-8 verpondingsbelasting betalen.
Bron: Henk Ruessink: Transcriptie Verpondingsregister 1809 
Family: Herman Piek / Mette te Kloese (F257)
 
2339 In 1748 wonen Berent en Jenneken op Golden in het Woold.
Liberale Gifte: Berent Golden 60 j., vrouw Jenneken 63 j., soon Derk 37 j., vrouw Beerndeken 40 j., soon Jan 6 j., Harmen ½ j., dogter Hindersken 11 j.
Heeft 4 kinder alle over de 16 j., een daervan bij sig, eedt gedaen onder 500 gln, iets geg., mede voor sijn soon Derk getr. met Berentjen, die heeft 3 kinder onder 16 j, etc.

Bron: Das Lib.Gifte Woold rot 3, nr/ 14 
Family: Berent Klanderman / Jenneken Damkot (F299)
 
2340 In 1748 wonen Daniel Timmerman en Geertjen Glieuwen, 2 kinder onder 16, te Bredevoort.
Bron: Henk Ruessink: Transcriptie liberale gifte Bredevoort 1748, fol. 10 
Family: Daniel Timmerman / Geertjen Glijwen (F1385)
 
2341 In 1748 wonen de volgende personen op Vriesen in het Woold:
Harmen Vriesen 48 j., vrouw Hinders 51 j., Jongeman Jan Hendrik 28 j., vrouw dogter Aaltien 22 j., suster Janna 16 j., Stijne 13 j., soon Jan Willem 1 j.
Heeft 3 kinder, 2 over de 16 j., eedt gedaen en de 1e term. bet., besit 800 Gln, 50ste penning, Jan hendrik Vriesen getr. met Aelken heeft 1 kind. Eedt gedaen en de 1e term.bet. etc.

Na de dood van Aaltjen is Jan Hendrik op Vriesen blijven wonen. Op 22 december 1754 hertrouwt hij met Elisabeth ten Damme, dochter van Derk ten Damme en Hendersken Wassink. Zie kwartiernummer 736 x 737. Zij krijgen samen nog twee kinderen, allebei gedoopt als Vriesen. Abraham werd gedoopt op 21 september 1755 en Hinders op 2 oktober 1757.
Elisabeth hertrouwt op 17 januari 1768 met Jan hendrik Hofkes uit Meddo.

Bron: Das Lib. Gifte Woold rot 1, nr. 18. 
Family: Jan Hendrik Hilbelink / Aaltjen Vriesen (F89)
 
2342 In 1748 wonen er op Gribbroek in Huppel de volgende personen:
Berent Gribbroek 60 jr., Soon Jan Hindrik 17 jr., Dogters Willemina 24 jr., Marija 13 jr., 1 paard.
Wedr. van Lisebet, desselfs soon Jan Hendrik segt dat sijn vader vier kinder heeft, 2 over de 16 jr., Eedt gedaen onder de 500 Gln, iets gegeven. 
Family: Berent Hoenink / Elisabeth Gribbroek (F2030)
 
2343 In 1748 wonen er op Oonk:
Tonnis Oonk 36 jr., Vrouw Janna 40 jr., Soons WIllem 14 jr., Frerik Jan 12 jr., Albert 10 jr., Harmen 7 jr.
4 kinder onder 16 jr., eedt gedaen ad 500 Glns, 1e Term betaelt. 
Family: Teunis Oenk / Janna Kempers (F2108)
 
2344 In 1748 wonen op boerderij Waliense Pas in Huppel de volgende personen:
Berent ten Pas 51 jr., Vrouw 53 jr., Soon Wander 26 jr., Vrouw 34 jr., Soon Jan Hendrik 15 jr., Dogter Janna 11 jr., 2 paarden.
Vrouw Janna Dieterink, 5 kinderen, 4 over de 16 jr., Eedt gedaen onder de 500 Glns. iets gegeven, Soon Wander te Pas, Vrouw Dersken Geen Kinderen, gelijkfals. 
Family: Coene Hijink / Aelken te Pas (F2026)
 
2345 In 1748 wonen op Schreurs in Ratum:
Frerik Schreurs 49 j., vrouw 50 j., Soon Fredk. Jan 18 j., Jan Willem 16 j., Dogter Janna Geertruij 11 j.
Vrouw Marrie, 3 kinderen, 2 over de 16 j., Eedt gedaen en de 1e Termijn betaelt.

Twee kinderen van Frederik worden niet oud. Op 27 juni 1736 en op 6 mei 1744 worden er kinderen van Frederik te Winterswijk begraven.

Bron: Das Lib.Gifte Ratum rot 3, nr. 18 
Family: Frederik Schreurs / Maria Voortwis (F563)
 
2346 In 1748 wonen Teube en Aaltje in het rot van Derk te Beest. Hij wordt dan Teube Maatman genoemd, zij gewoon Aaltjen Ormel. Dat het hier inderdaad gaat om Jan Teube Rensink, blijkt ook uit het feit, dat zijn zoon in 1820 op Materman woont.
Teube Maatman, getr. met Aaltjen Ormel, 2 kinder onder 16 jaar. 
Family: Jan Teube Rensink / Aaltje te Ormel (F837)
 
2347 In 1748 wonen ze in Bredevoort:
Harmina Swijtink getrout Grades Woorts heeft een kint
Bron: Henk Ruessink: Transcriptie liberale gifte Bredevoort 1748, fol. 13 
Family: Gerardus Woorts / Harmina Swijtinck (F8246)
 
2348 In 1748 wonen ze in Bredevoort:
Jan Hendrik Hijink en Geertjen Wubbels, 3 kinder onder 16
Bron: Henk Ruessink: Transcriptie liberale gifte Bredevoort 1748, fol. 11 
Family: Jan Hendrik Hijink / Geertjen Wubbels (F8284)
 
2349 In 1748 wonen ze in Bredevoort:
Jan Hendrik Rijx en Hendersken Hinkamp, een meerderjarige soon die sijn eigen affaires doet en een dogter over de 16 bij hem inwonende.
Bron: Henk Ruessink: Transcriptie liberale gifte Bredevoort 1748, fol. 11v 
Family: Jan Hendrik Rijks / Hendersken Hinkamp (F5117)
 
2350 In 1748 wonen ze volgens de liberale gifte op Gellinkhuisje in Ratum.
Jan Gellinkhuijsken 36 j., vrouw Grite 38 j., soon Steven Jan 5 j., dogters Geertken 12 j., Christina 7 j.
3 kinderen onder de 16 j., Eedt gedaen onder de 500 Glns. en iets gegeven.

Een van hun kinderen is kort daarna gestorven. Op 30 juli 1749 wordt er een kind van Jan Grevers begraven.

Bron: Das Lib. Gifte Ratum rot 2, nr. 24 
Family: Jan Greevers / Grietjen te Haveste (F280)
 

      «Prev «1 ... 43 44 45 46 47 48 49 50 51 ... 92» Next»